Stichting Aanpak Verlegenheid Enz. (SAVE)

Home    Zelfhulp    Levensloop    Stichting    Aanpak    Verlegenheid    Huishoudelijk reglement    Literatuur    Pesten  

Workshop reageren op kritiek en pesten   Therapieen    Recensies basiscursus VVM    Jaarverslag 2012    Bestuurlijke principes  

  Links    Inbreng van lezers   Contact


Er wordt naar gestreefd deze website voortdurend actueel te maken.                                        Lettertype te groot? Ctrl. - (min), te klein? Ctrl +


Therapieën


Samenvatting: De directieve therapie geeft vele aanknopingspunten voor zelfhulp.

Directieve therapie

De methode van prof. Henk van der Molen in "Aan verlegenheid valt iets te doen, een cursus in plaats van therapie", afgeleid van zijn cum laude verdedigde dissertatie, is geheel toegespitst op verlegenheid. Praktisch alle elementen in de cursus van de heer Van der Molen zijn overgenomen in de VVM-cursus, nadat ze voor zelfhulp werden aangepast. Deze methode vertoont geheel toevallig op meerdere punten een overeenkomst met de directieve therapie van Kees van der Velden: zij nemen allebei als uitgangspunt actie; de hulp is in beide gevallen "directief". Alleen gaat genoemd boek van Van der Molen uitsluitend over verlegenheid (er zijn talloze boeken van zijn hand verschenen over andere onderwerpen dan verlegenheid ). De heer Van der Molen is psycholoog, geen therapeut, hoewel van hem is het boek "Psychologische gespreksvoering", een handboek voor hulpverleners. Zie de pagina Literatuur (2e titel).
    Van der Molen heeft een cursus voor verlegen mensen geschreven ten behoeve van planmatige actie en oefeningen. Van der Velden (nu verbonden aan een universiteit, een betere therapeut had ik niet kunnen treffen) gebruikt op de patiënt toe te snijden middelen en technieken om actie te stimuleren. Alle hieronder te noemen uitgangspunten van de directieve therapie zijn op een of andere wijze (bewerkt) verwerkt in de handleiding voor de basiscursus van de VVM, zoals (in willekeurige volgorde):
1.    het paradoxale advies (om barrieres te slechten),
2.    de zelfperceptietheorie (eerst doen en uit de resultaten van de actie het (positieve) zelfbeeld vormen),
3.     positief etiketteren (een probleem in een gunstig daglicht stellen als een goede basis voor verbetering),
4.     zelfrespect en behoefte aan autonomie benutten,
5.    vrijheid onderstrepen,
6.    nadere informatie verstrekken,
7.    een opdracht als experiment kenmerken,
8.    zelfcontroleprocedures adviseren
9.    leren beslissingen te nemen (voor- en nadelen opschrijven),
10.    timing,
11.    eclecticisme (open staan voor andere methoden),
12.    exposure (bloot stellen aan het probleem en er zo aan leren wennen, ook een principe van Van der Molen),

De handleiding en de zelfhulp-begeleidingsmethode voor de cursus van de Vereniging van Verlegen Mensen zijn met zeer gunstig resultaat aan prof. Van der Molen voorgelegd.

Voor meer informatie zie de pagina Links

Hieronder een globale persoonlijke kijk op, een schets van de

DIRECTIEVE THERAPIE TEGENOVER NON-DIRECTIEVE THERAPIE

Gedurende jaren heb ik globaal kennis genomen van de directieve therapie en heb ik me erdoor laten leiden, dus eigenlijk ten slotte als ervaringsdeslundige.

De term directieve therapie wordt vaak begrepen als een theorie die een aanpak voorstaat tegenovergesteld aan de principes van non-directieve therapie.

Dit vind ik een onjuiste zienswijze, omdat non-directieve therapie in zoverre niet bestaat dat elk mens in een gesprek de ander op een of andere manier beïnvloedt. Van de invloeden zullen beide partijen zich mogelijk niet altijd bewust zijn. Als je dan toch de ander beïnvloedt, kun je het maar beter verantwoord, gecontroleerd en bewust doen.

Directieve therapie is mijns inziens de therapie van (de bewustwording van) de door de patiënt als logisch ervaren, zinvolle vervolgstap. “Logisch” hier niet in de betekenis van “via helder redeneren tot stand gekomen” maar passend. De cliënt kan die stap vaak (nog) niet zetten door te weinig kennis van de mogelijkheden of te weinig vaardigheden of te veel blokkades. De directieve therapie is niet een therapie waarin de patiënt geadviseerd wordt welke kant hij op moet, wat hij moet willen. De directieve therapeut helpt hem wel duidelijk te krijgen wat hij wil, zodanig dat zijn wensen en idealen niet alleen maar gedachten en woorden blijven, maar ook geconcretiseerd kunnen worden. Als de patiënt vervolgens vast loopt in de vervolgstappen kan de therapeut hem adviseren wat hij alvast wel kan doen. Het verleden verwerken bijvoorbeeld. Barrières opruimen dus, bv. brieven schrijven aan familieleden of wat dan ook, al naar gelang waar er problemen zijn.

De hoofdredacteur Kees van der Velden van de vierdelige boekenserie “Directieve therapie” (1977-1992) * heeft eens geschreven, dat directieve therapie slechts goede therapie beoogt te zijn. Goede therapie is therapie die werkt. Dan moet die wel eclectisch van aard zijn, d.w.z. open staan voor beginselen en uitgangspunten uit andere therapieën die doeltreffend kunnen zijn, aangezien niemand de wijsheid in pacht heeft. Pagina 15 van deel 3: “In directieve therapie geldt dat wat helpt belangrijker is dan wat zou moeten helpen”. Vooral als een therapeut ook wetenschapper is, zoals de heer Van der Velden, kan hij natuurlijk ook zelf een aanpak bedenken en uitproberen.

Therapie, ja het hele leven, is te allen tijde een proces waarin wordt onderzocht of een vorm van actie kan worden ondernomen en zo ja, hoe (langs welke weg). Ook of juist een besluit nemen tot het ondernemen van geen actie (“non-directief”) is actie. In deel 3 van “Directieve therapie” worden de principes van de directieve therapie toegelicht. Soms betekent het niet geven van directieven op een bepaald gebied, dat wordt ingespeeld op de behoefte van de patiënt om de weg naar de oplossing van een probleem zelf te vinden, zodat die weg iets van hemzelf is (autonomie). Dan is er toch een directief, namelijk: “probeer die weg (voorlopig) zelf te vinden”. Deze directief kan ook impliciet worden gegeven door voortdurend de richting van het gesprek door de patiënt te laten bepalen of kan gebruikt worden als een paradoxale opdracht bv. als de therapeut ervan overtuigd is dat de patiënt die weg niet uit zichzelf zal vinden.

Ik zou willen concluderen dat de directieve therapie overkoepelend en allesomvattend is. De directieve therapeut is in wezen een coach en geen vertegenwoordiger van een bepaalde therapiestroming. Ik denk dat het hier mee te maken heeft, dat Van der Velden zichzelf lange tijd ondanks zijn grote kwaliteiten gepresenteerd heeft, en misschien nog, als maatschappelijk werker, een mooie tegenstelling met het metakarakter van directieve therapie.

 * Herziene uitgave in één deel verschenen in 2009/2010 (slechts 62,--).